- geloof
- {{geloof}}{{/term}}1 [vertrouwen in de waarheid van iets] faith, belief ⇒ trust2 [vertrouwen op God(s woord)] faith3 [overtuiging] belief ⇒ conviction, 〈met betrekking tot waarde of goedheid ook〉 faith4 [religie] faith, religion ⇒ creed, (religious) belief5 [vertrouwen van anderen, krediet] trust♦voorbeelden:1 een onvoorwaardelijk geloof in iemand hebben • have implicit faith in someoneergens geloof aan hechten • give/attach credence to something, believe something2 geloof, hoop en liefde • faith, hope and charityeen vurig geloof in God • ardent faith in Godeen geloof dat bergen kan verzetten • a faith that can move mountains3 een heilig geloof in de rede hebben • have a firm belief in reasonhet geloof in reïncarnatie • belief in reincarnationgeloof in de mensheid hebben • have faith in humanity4 het roomse geloof • the Roman Catholic faithhet ware geloof • the true faith, the Faithzijn geloof belijden/verzaken/afzweren • profess/renounce/forswear one's faith5 op goed geloof aannemen • accept/take on trust/ in good faith
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels. 2015.